Het landschap
Polderlandschap, heel herkenbaar. Een aantal eeuwen geleden voor 1500 bestond het landschap hier nog uit bossen op een bijna 4 meter dik veenpakket dooraderd met veenstroompjes en meertjes. Deze stroompjes en meertjes liepen richting de oude Rijn en mondde bij Katwijk in zee uit.
Vanaf 1600 zijn ze de meertjes droog gaan malen en belandde men op de voormalige zeebodem 4 á 5 meter beneden de zeespiegel. Zo’n drooggemalen omdijkt stuk land noemt men een polder.
Ten zuiden van ’t Geertje werd het veenpakket afgegraven ten behoeve
van de energie. Het ontstane meertje werd vervolgens weer
leeggepompt en zo ontstond de volgende polder met zeeklei als
teeltaarde.
De Geerpolder (waar ’t Geertje haar naam aan ontleent) is de
laatst uitgeveende polder. (droog gemalen in 1864)
In Noordelijke richting is het veen nog aanwezig maar door bemaling
+/-
1 meter gekrompen. Deze polders zijn hierdoor minder diep en het
meest geschikt voor grasland voor de koeien. Terwijl de droogmakerijen
met hun kleibodem weer geschikt zijn voor akkerbouw.
Iedere polder heeft zo z’n eigen ontstaansgeschiedenis en karakter en
dit levert in een klein gebied een enorme variëteit op.
De zuidelijk aangrenzende polder is voor een deel weer een meertje
geworden op polderniveau. Men heeft de onderliggende zandlaag eruit
gezogen en gebruikt o de stad Zoetermeer op te bouwen. Het meer is
dan ook 30 m diep en fungeert als recreatie plas voor de stedeling. Het
water is ruim één meter hoger gehouden als tegendruk voor het
opdringende kwelwater (zout zeewater)

